DEEL 1

 

Het Drossaardshuis en de familie Corten

Door John Baggen en Ben Erkens
04-11-1981

 

Resten van vervlogen tijden, in de vorm van historische panden zijn in Geleen vrij schaars.
Helaas werden er in het nabije verleden tientallen van dergelijke gebouwen afgebroken.
De hele gang van zaken rondom deze afbraak is voor vele Geleendenaren nu nog steeds een doorn in het oog.
Zelfs nu nog wordt in oud-Geleen een mooie gevel bedreigt met afbraak. Jammer maar helaas.

Gestuwd door de groei van de Staats-mijn –Maurits, stevende het gemeentelijke beleid af op haar  Waereldsjtad-imago, waarin weinig ruimte overbleef voor historie.

Gelukkig is er heden ten dage een groeiende interesse voor de geschiedenis van Geleen.De onlangs opgerichte heemkundevereniging doet alles wat binnen haar mogelijkheden ligt voor het behoud van de nog in Geleen gelegen doelstellingen. Men houdt zich onder andere ook bezig met, Folklore, dialect, fotodocumentatie, archeologie en historie.

In de komende weken wil stadsjournaal een van Geleens mooiste gebouwen, het Drosaardhuis aan de Geenstraat. Eens flink onder de loep nemen.
We hebben hierbij gekozen voor een chronologische werkwijze aan de hand van de bewoners.
Het is beslist niet de bedoeling hierbij zuiver wetenschappelijk op de zaak in te gaan.
Het is veel meer de bedoeling om bij de lezer interesse en begrip te wekken voor Geleens verleden.
Aan de hand van eigen onderzoek en gegevens uit de bestaande literatuur trachten we u een schets te geven van de geschiedkundige achtergrond en verbondenheid van het Drossaardhuis met Geleen.

Literatuur van J.Russel, Dr.A.Schrijnemakers, het maandblad Maasgouw, en stukken uit het Rijksarchief te Maastricht vormden een belangrijke bron van informatie en bewijsvoering.

Ook hadden we het voorrecht gebruik te kunnen maken van de het zeer uitgebreide privé-archief van de heer Albert Corten uit Heerlen. Hij is een directe bloedverwant van Renier Corten.

De enorme samenwerking met de heer Wim Sliepen, restaurateur en bewoner van het Drossaardhuis was voor de totstandkoming van dit artikel onontbeerlijk.
Na een gastvrij onthaal hebben we onder het genot van enkele flessen goede wijn gezamenlijk de historische puzzel van het Drossaardhuis, stukje voor stukje aan elkaar gelegd.

De allereerste bewoners  
De oorsprong van het huidige Drossaardhuis ligt in de zeventiende eeuw. In het jaar 1660 (19 mei)  kocht Leonard Corten een boerderij aan de Geenstraat met daar tegenover een boomgaard.
De Familie Corten stamt oorspronkelijk uit Brabant. In de 16e eeuw kwam een zekere Jan Corten, die gehuwd was met Maria Renkens, hier naar deze streken.
Zijn zoon, Hendrik Corten, welke woonachtig was aan de toenmalige Putstraat te Geleen, was waarschijnlijk al als schepen hier werkzaam.
Deze Hendrik Corten was de van van Leonard Corten.
Het door Leonard Corten gekochte pand in de Geenstraat is de oorsprong van het huidige Drossaardhuis.
Hij kocht het van de Familie Mutzenich welke op aanliggende Hoeve Lutteraede woonde.
De Hoeve Lutteraede lag daar waar nu het klooster gevestigd is.
De Familie Mutzenich had, uit voorzorg voor de oude dag, het door Leonard gekochte pand, laten bouwen.
Ze blijven echter niet in Geleen wonen maar verkopen ook de grote hoeve Lutteraede, en wel aan de heren Reichenstein die er later het klooster in zullen vestigen.

De akte van aankoop
Uit een bepaling welke in de akte van aankoop werd opgenomen blijkt dat Leonard Corten het pand wilde verbeteren of verbouwen. Hij ging er aanvankelijk niet wonen.
Toendertijd bestond er nog een wettelijke bepaling dat, bij verkoop van een erfgoed, het éérste recht van eigendom lag bij diegene die de meest directe familierealtie had met de verkoper. Op dit recht kon men binnen één jaar en één dag na de verkoop aanspraak maken.
Er bestond dan wel de verplichting dezelfde prijs te betalen als bij de eerste verkoper. O was het ook het geval bij de koop van Leonards hoeve aan de Geenstraat. Eén van de zusters Mutzenbach was bij de verkoop namelijk niet aanwezig, Leonard liep dus de kans het alsnog te verliezen
Uit voorzorg ook de verbouwingskosten ook terug te krijgen, liet hij in de akte van aankoop opnemen dat wanneer de verwanten van Mutzenbach aanspraak zouden maken op het goed, hij deze kosten vergoed zou krijgen. Enkele maanden later verklaart het familielid Mutzenbach definitief akkoord met de verkoop van het erfgoed. De prijs hiervoor was FL 1850,--.
Dat Leonard Corten voornemens was het pand te verbouwen blijkt  ook uit het feit dat hij in de jaren gelegen ussen 1659 en 1664, op de Graetheide enige monden brikken heeft doen bakken, met permissie van den drossaert Benting. Dat hij hij die brikken uit den Graetheide heeft doen vervoeren, zonder verbod of tegenspraak van wie dan ook. Voorts heeft hij deze brikken laten verwerken aan zijn huis in Lutteraede waar hij thans woont.
Dat Leonard Corten in ieder geval in 1668 aan de Geenstraat gewoond heeft is komen vast te staan aan de hand van Franse Inkwartieringsregisters.

Johannes Corten
In 1703 wordt het pand aan de Geenstraat door Leonard verkocht, en wel aan zijn zoon Johannus, die er niet komt wonen. Bij de koop was afgesproken dat zijn ouders het vruchtgebruik tot het einde van hun leven zouden benutten.
Als tegenprestatie werd bepaald dat zij voor onderhoud en reparatieplicht zouden zorgdragen.
Johannus Corten betrekt na de koop brouwerij bannes, welke gelegen was aan de huidige spoorweg Geleen-Maastricht, ter hoogte van de tuin van de zusters St. Joseph.
In 1700 trad Johannus Corten in het huwelijk met Ida Penris. Uit dit huwelijk zouden vijf zonen geboren worden, Johannus, Lambert, Hendrik, Petrus en Renier Corten.

Renier Corten
Renier Corten werd op 19 november 1733 benoemd tot secretaris aan de schepenbank te Geleen. Dit ambt werd reeds sinds 1704 door zijn vader uitgeoefend.
Toen zijn vader in 1717 kwam te overlijden nam zijn, toen 15 jarige zoon Johannus Leonardus dit ambt over. Zestien jaar later besluit Johannus Leonardus zich aan het priesterambt te geven en zou zodoende eerst prior de dominicanen te Sittard worden, om vervolgens in 1741 als pastoor te gaan doen in Itteren.
Het secretarisschap draagt hij hij dan over aan zijn jongste broer Renier.
Renier Corten werd op 11 maart 1706 geboren. Historisch gezien zou hij de nestor van de Familie Corten worden.
In 1737 namelijk zou hij benoemd worden tot waarnemend Belasting ontvanger van het land Valkenburg. Dit was een felbegeerde functie. De benoeming lag bij Prins Charles Lamoral de Ligne, hij was gouverneur van Keizerin Maria Theresia van Oostenrijk. De Ligne regeerde vanuit zijn stamslot te Beloeil in België.
Het duurde vijf jaar voordat Renier Corten benoemd werd tot ontvanger. In die vijf jaar vond er een onafgebroken correspondentie plaats tussen de kandidaat ontvangers en de mensen die invloed konden uitoefenen op de Ligne. Iedereen verzocht zijn kruiwagen hem speciaal aan te bevelen bij de Prins.
Renier Corten besloot echter zelf te paard in één dag van Geleen naar Beloeil te rijden om zich voor het Drossaertsambt aan te melden. Dit maakte een dusdanige indruk op de Ligne dat hij in 1733 uiteindelijk Renier Corten tot Drossaerd benoemde van Geleen en Amstenrade.

Drossaerd
Drossaard is een man die namens zijn heer, in dit geval Prins de Ligne, een bepaald gebied beheert. Tevens is het zijn taak om voor de inning van belastingpenningen te zorgen. Uit hoofde van zijn functie als Drossaard was Corten ook belast met de rechtspraak, orde en verdediging.
In die tijd werd Limburg gekweld door Bokkerijdersbenden. Vele  grepen in die tijd uit armoede en onmacht naar tot kwade middelen.
Men ging vaak georganiseerd op roverspad. Drossaard renier Corten was beroemd en berucht door zijn processen die hij voerde tegen deze bendes.

1744 Brand op huize Corten
In 1744 gebeurde het dat er brand uitbrak bij de familie Corten. Dit gebeuren zou de historici voldoende stof geven om er tot op de dag van vandaag over te discussiëren.
De een is een mening toegedaan dat de brand in 1744 gesticht is door twee zusters van veroordeelde bokkenrijders. De ander meent echter dat het een wraakactie van twee boosdoensters van het huis van Drossaard Duyckers, welke voor Corten Drossaard was, en in Eckelrade bij Schinveld woonde, trof.
Beide theorieën zouden mogelijk kunnen zijn.
Toch zijn historici van vandaag fanatiek bezig hun mening te bewijzen.
Het zal aan het toeval moeten worden overgelaten of er in de toekomst nog documenten gevonden worden die het bewijs leveren voor één van de stellingen.
De heer Albert Corten was uit hoofde van zijn functie bij de monumentenzorg, aan het werk in het archief te Luik. Toen hij daar al zoekend naar bepaalde documenten behorend bij zijn lopende werkzaamheden, vond hij iets dat deel van de bewijsvoering zou kunnen zijn voor de stelling dat de brand inderdaad gesticht was bij de Familie Corten.
Hij vond namelijk een schriftelijk advies van de juristen Postwick en Du Tiege, deze waren toezicht houdende juristen namens de regering van Brussel op criminele justitie.
Dit advies was gericht aan Drossaard Duykers, de voorganger van Corten.
Men adviseerde Duykers om Andries Jeurissen uit Schinveld, gevangen te nemen en juridisch te vervolgen. Dit gebeurde echter niet.
Welnu, bewezen is dat Andries Jeurissen het huis van Duykers inderdaad in brand gestoken heeft, maar dit gebeurde pas in 1751.
Wanneer er een wisseling plaatsvond van Drossaarden dan werden alle officiële stukken overgedragen aan de opvolgers.
Zo kreeg renier Corten ook het advies van beide juristen in handen. Hij constateerde dat zijn voorganger Duykers dit officiële advies had genegeerd. Daar Renier Corten, de brandstichter Andries Jeurissen in het verdacht had gehad bij de brandstichting van zijn ouderlijke woning te Lutterade, maakte hij de zaak aanhangig bij de State van de Provincie Limburg.
Duykers was inmiddels overleden maar zijn verwanten genoten nog steeds de uitkering die hen werd verstrekt ter vergoeding van de overlast die men als familie van de drossaard te verduren had.
Jort na het proces dat Corten aanhangig had gemaakt in 1757, werd de uitkering aan de familieleden van Duykers gestopt, dit wegens nalatigheid van de drossaard in 1744.
Zou hij namelijk overeenkomstig het advies van beide juristen, Andries Jeuirssen in 1744 gevangen hebben genomen dan zou deze niet in de gelegenheid zijn geweest om in 1751 het huis Duykers in brand te steken.
Het feit dat Jeurissen als brandstichter bekend was, en dat het juridisch advies in 1744 uitgevaardigd, zou, met de nodige voorzichtigheid in acht genomen, een deel  van de bewijsvoering kunnen zijn voor destelling dat de brand in 1744 bij de familie Corten gesticht werd.

1751 De herbouwing
In 1751 laat renier corten het huis herbouwen. Dit gebeurd met toestemming van de Schout en de Schepenen. In de voorgevel van het Drossaardhuis zijn nu nog de geveltekens R.C – P.C 1751 te zien.
De letters zijn de initialen van Renier Corten en zijn vrouw Petronalla Gadé.
Renier Corten woonde van 1741 tot 1751 op het kasteel in Amstenrade.
Op 7 december 1753 wordt hij benoemd tot voorlopige en al snel tot officiële drossard van Geleen en Amsterade.
Drossard Corten overleed te Geleen op 27 april 1764.
Hiermee eindigde het tijdperk Corten in het Drossaardhuis in Geleen.
Later zouden nog beklende notabele van Geleen hun intrek nemen.
Hier komen we in de volgende artikelen over één van Geleens mooist bewaard gebleven, en geschiedkundig gezien, meest waardevolle bouwwerken.